Van de voorzitter...

De Nederlandse identiteit

In de achter ons liggende week presenteerde Kim Putters – directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) – de uitkomsten van een twee jaar durend onderzoek naar de nationale identiteit: Denkend aan Nederland. De uitkomsten zijn opmerkelijk, volgens Putters. Opvallend veel ondervraagden zien dezelfde tradities, symbolen en burgerlijke vrijheden als typische en verbindende Nederlandse thema’s, ongeacht hun afkomst, leeftijd of opleidingsniveau.
Zelf vind ik die uitkomsten helemaal niet zo opmerkelijk. In de top 10 van kenmerken van onze nationale identiteit staan onze Nederlandse taal, Koningsdag, Sinterklaas (én Zwarte Piet), fietsen, de Elfstedentocht, de Nederlandse vlag en de Deltawerken. Op de vraag wat Nederlanders verbindt, prijken veelal dezelfde tradities en symbolen, aangevuld met bijvoorbeeld de Dodenherdenking, Bevrijdingsdag, vrijheid en gelijkheid. Was daar nu twee jaar onderzoek onder duizenden respondenten voor nodig?

Vreemd genoeg mis ik in die top 10 toch een ander typisch kenmerk van de Nederlandse cultuur: het verenigingsleven. Nergens ter wereld is het verenigingsleven zo georganiseerd als in ons kleine kikkerlandje. En daar mogen we trots op zijn. Er zijn muziekverenigingen, toneelverenigingen, wandelclubs, leesclubs en talloze sportverenigingen. Allemaal proberen ze met vrijwilligers het hoofd boven water te houden en vaak lukt dat prima. Dat geldt ook voor de Maassluise Tennisclub Be Quick die inmiddels 124 jaar bestaat en die eveneens alleen kan bestaan, dankzij de belangeloze bijdrage van veel vrijwilligers. Dagelijks zijn er leden van de club bezig met het wel en wee van Bequick; soms zichtbaar, soms onzichtbaar. Eén ding hebben zij gemeen; zij doen dit helemaal gratis en hopelijk niet voor niets.
Zij zorgen er voor dat we allemaal voor slechts € 185,- (en in veel gevallen nog minder) een heel jaar kunnen tennissen, op elk moment van de dag, met of zonder baanverlichting. Zij zorgen er voor dat we na afloop een drankje kunnen drinken aan de bar voor een prijs die beduidend lager ligt dan bij de commerciële horeca.
Natuurlijk kunnen er altijd dingen beter en zal iedereen open staan voor opbouwende kritiek, maar vraag u – vóór u die kritiek levert – altijd even af: “welke bijdrage lever ik zelf aan deze club?”. Laten we met elkaar beseffen dat we deze club mét elkaar runnen, dat bestuur en commissies géén betaalde krachten zijn, dat het afkopen van een bardienst prima is, maar dat daarmee het probleem van de barbezetting niet is opgelost.

Komende week staat het Elvani Bequick Open weer op het programma. We ontvangen dan ook veel niet-Bequickers op ons park. Laten we ze gastvrij ontvangen. Het belooft mooi weer en dus ook druk te worden. De bardienst kan vaak wat extra hulp gebruiken. Het ophalen van lege glazen en kopjes en het vullen van de vaatwasser scheelt al weer wat werk en kan iedereen, tóch? Natuurlijk slepen we allemaal, na ons partijtje tennis, onze baan en zeuren we niet tegen de toernooileiding over de planning van een wedstrijd op een avond die u niet als verhindering heeft opgegeven. Hou steeds in gedachten: “deze club is van ons allemaal”.

Doet u mee aan het open toernooi, dan wens ik u veel succes. Komt u alleen kijken, dan hoop ik u komende week te ontmoeten op ons gezellige terras.

Martin

Clubnieuws overzicht